NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 319
zal aankomen, wijl er iemand is, die ons verzekert, dat drie of vier dagen vóór den 19den Januarie, de Keizer verlof heeft gekregen om van St. Helena weg te gaan en dat de engelen hem inderdaad ergens anders heen brengen. Wat zal ik zeggen ? Alles in zijn leven is wonderbaarlijk en ik ben geneigd ook aan dit wonder te gelooven. Zijn geheele bestaan is een wonder en God kan met hem doen wat Hem behaagt.” En in een lateren brief van den 27sten Juli, schreef hij: „ofschoon de dagbladen en de Engelschen steeds willen doen gelooven, dat hij nog op St. Helena is, hebben we redenen om te meenen, dat hij er niet meer verblijft. Ofschoon wij noch de plaats weten, waar hij vertoeft, noch den tijd, waarop hij zich zal vertoonen, hebben wij genoeg bewijzen om in ons geloof te blijven volharden en zelfs om te hopen, dat wij het, op een menschelijke zekere wijze, zullen vernemen. Er is geen twijfel aan, dat de cipier van St. Helena den comte Bertrand dwingt te schrijven alsof Napoleon nog gevangen is, maar wij hebben hoogere zekerheid.”
Toen echter, na zooveel maanden wachten nog niets van de verwerkelijking der voorspellingen was vernomen, voelde Fesch zich wel gedwongen den gevraagden persoon te zenden; doch wijl hij het zonde en onnoodig vond de geldelijke voordeelen, aan de betrekking verbonden, aan een Franschman te gunnen, had hij — zonder de familie van Napoleon daarin te raadplegen, zelfs zonder dat hij den persoon kende, dien hij den opdracht gaf den Keizer in het vervolg te behandelen — den Corsicaan-schen „chirurg” Antommarchi uitgekozen om naar St. Helena te gaan.
Francesco Antommarchi, in 1789 te Morsiglia op Corsica geboren, verliet op zijn vijftiende jaar dit eiland. Fransch schijnt hij niet te hebben geleerd; hij sprak steeds Italiaansch met den Keizer en had zekere moeilijkheden zich in het Fransch uit te drukken, zooals eenige van zijn brieven bewijzen. Hij vertelde, dat hij zijn studies te Livorno was begonnen en dat hij ze te Florence en te Pisa had voortgezet. In 1808 — hij was toen 19jaar — zou hij aan de universiteit te Pisa tot doctor in de medicijnen en in de plilosophie zijn benoemd. Van Pisa kwam hij, volgens zijn beweren, te Florence, waar hij zich met physiologische onderzoekingen zou hebben bezig gehouden en zou daar aan het ziekenhuis Sancta-Maria-Nuova zijn verbonden. In 1812 heeft hij, zooals hij vertelde, van de Keizerlijke Universiteit het di-