Napoleons laatste levensjaren

Titel
Napoleons laatste levensjaren

Jaar
1916

Pagina's
374



314    NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN bevel had uitgevaardigd. Den 30sten Augustus werd hij, na op den Conqueror herplaatst en gevangen gehouden te zijn, na een schandelijk rechts-geding, vol onrechtvaardigheden, valsche getuigenissen, willekeur en onwaarheid, veroordeeld en van de lijst der officieren van de marine geschrapt. Behalve dat men hem beschuldigde, zonder verlof van zijn chefs, te hebben aangenomen de lijfarts van generaal Bonaparte te zullen zijn, dat hij den admiraal ongehoorzaam was geweest door zich te laat bij hem te laten melden, dat hij met de Franschen over andere dingen dan uitsluitend over Napoleon’s ziekte en over geneeskundige onderwerpen had gesproken, was één der voornaamste punten waarom hij veroordeeld werd, dat hij in zijn tweede rapport omtrent Napoleon’s toestand, het had doen voorkomen alsof generaal Bonaparte zich in een dreigend gevaar bevond, door te schrijven „dat de meest-beangstigende verschijnselen, die zijn, welke zich in den nacht van eergister hadden voorgedaan, wier terugkeer, wanneer niet. dadelijk hulp werd verleend, noodlottig kon worden,” een verklaring, die ten doel had een valschen indruk te weeg brengen en te doen gelooven, dat de generaal Bonaparte zich in een toestand bevond, waaraan elk oogenblik door den dood een einde kon worden gemaakt een verklaring, welke bedoeling niet met de eer en de plicht van een Engelsch officier in overeenstemming zijn. Een tweede even belangrijke beschuldiging luidde, dat hij „met opzet en booswillig, generaal Bonaparte anders had aangeduid dan de parlements-akte van Groot-Brittanje, met het oog op diens gevangenschap voorschreef en op een wijze, verschillend van die, welke door den gouverneur en door den admiraal was aangenomen. En dat wel, op verzoek en aandringen van genoemden generaal Bonaparte of van de personen uit diens gevolg, terwijl hij zeer goed wist, dat deze manier om hem aan te wijzen, juist een onderwerp van twist was tusschen dien generaal en den gouverneur en dat hij, door aan de wensch van den generaal toe te geven, zich op een standpunt had geplaatst, tegenovergesteld aan d^t van zijn chefs en dat hij daardoor aan de eerbied te kort had gedaan, die tegenover hen oirbaar was.”

Dit laatste had daarop betrekking, niet dat Stokoë den Keizer met den titel van „Keizer,” niet met dien van „ex Keizer” of met dien van „ex Souverein” in zijn rapport had aangeduid, maar dat hij van hem had gesproken als van „den zieke!”

De ware reden echter was, dat Stokoë — evenals Q’Meara—

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.