312 NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
op de Briars aan, waar hij den admiraal verslag van zijn bevindingen uitbracht en meedeelde hoe de nacht was voorbij gegaan, terwijl hij er bij voegde, dat hij nu van den abnormalen toestand van de lever overtuigd was en dat hij dus zoowel kwik-praeparaten als andere geneesmiddelen had voorgeschreven, die hem het best voor den lijder schenen te zijn. De admiraal liet de kwestie, dat Stokoë den Keizer alleen en zonder Verlinghad bezocht, onaangeroerd, maar gaf hem een zóó geducht en onbeschoft standje, wijl hij met de omgeving van Napoleon over andere dingen dan alleen over diens ziekte had gesproken, dat deze, aan boord teruggekeerd, een schrijven aan den admiraal opstelde, waarin hij hem verzocht van de verplichting te worden ontheven bezoeken op Longwood te moeten afleggen en tevens vroeg of de admiraal den comte Bertrand wilde waarschuwen, dat men daarmee rekening moest houden, wanneer en indien generaal Bonaparte geneeskundige hulp behoefde. Ter nauwer-nood had hij tijd zijn brief af te schrijven en nog minder om hem weg te zenden, of hij werd weer op Longwood ontboden. Hij ging dus naar de Briars en overhandigde in persoon den brief aan den admiraal, die deze niet wilde lezen cn Stokoë ook niet wilde aanhooren, doch hem het bevel gaf zich naar Longwood te begeven, er s’nachts te blijven, indien hij dat noodig en nuttig oordeelde, doch er voor te zorgen, dat hij den volgenden dag uiterlijk om half elf terug zou zijn. Wijl Stokoë’s tegenwoordigheid den volgenden dag, Donderdag niet bepaald aan boord van zijn schip noodig was, kwam het bevel van den admiraal waarschijnlijk voort uit een berekening, dat Stokoë misschien op Longwood zou worden opgehouden en dat men hem dan zijn vertraging en te laat komen als een ongehoorzaamheid zou kunnen aanrekenen. Wat dan ook geschiedde.
Zoowel doordat de Keizer hem eenigen tijd te lang bij zich hield, als doordat zijn paard op den terugweg viel, kwam Stokoë pas tegen twaalf uur bij zijn chef aan, wien hij het verslag uitbracht: „dat generaal Bonaparte heden slechts weinig koorts had, doch steeds over pijn in zijn rechterzij bleef klagen en moeilijk adem haalde. Die adem-beklemming was in den loop van den ochtend verdwenen, de pijn was achter gebleven. Dat hij een heet bad had aangeraden, waarin hij nog lag, toen Stokoë van Longwood wegging. Dat hij op een ernstig doorgevoerde behandeling had aangedrongen en dat hij beloofd had de noodige geneesmiddelen te zullen gereed maken en te zullen zenden,