NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 309
woordigheid, dat dit inderdaad het doel van zijn bezoek was. Mocht het den gouverneur niet doenlijk zijn, een bepaald antwoord te geven, dan verzocht hij, dat hij M. Stokoë ten minste verlof zou geven, voor het oogenblik den Keizer onder behandeling te nemen. De comte de Montholon verklaarde, d’un air trés serieux, dat hij voor dien nacht een nieuwen aanval vreesde, het bloed werd den Keizer naar het hoofd gedreven comme d’un coup de piston. De toestand eischte, dat er voortdurend iemand in de nabuurtschap zou zijn, in staat om een aderlating te doen. De Keizer had in niemand dan Stokoë vertrouwen; deze chirurg was de eenige, dien hij wilde hebben. Indien men niet dadelijk in overeenstemming over diens komst voor goed op Longwood kon geraken, dan was het toch zeker noodig, dat hem verlof werd gegeven er voor het oogenblik zijn intrek te nemen.” De gouverneur antwoordde hierop, dat hij zich voor dit moment niet zou verzetten, dat men Stokoë om hulp vroeg maar dat hij niets met zekerheid kon beloven, vóórdat hij de admiraal had gesproken, onder wiens bevel de marine-officieren stonden. Hij had geen recht één van hen iets te bevelen. Hij zou den admiraal over de kwestie spreken, doch wilde geen overhaast antwoord geven. M. Stokoë zou den volgenden ochtend naar Longwood gaan; mocht dit niet het geval zijn, dan zou men in tijds worden gewaarschuwd hem niet te wachten.”
De comte de Montholon was nog niet op Longwood terug, of Bertrand zond reeds een nieuwe boodschap naar Plantation House om de onmiddellijke komst van Stokoë te verzoeken, wijl de Keizer zich beklaagde over hevige pijnen in zijn hoofd, in zijn schouder en in zijn rechterzij. Lowe was echter niet van plan zich langer te storen aan het roepen om hulp van „die lieden van Longwood,” zooals hij zeide en bewaarde den brief van Bertrand, dien hij te middernacht ontving en die voor Stokoë bestemd was, twaalf uur lang en zond dien niet eer weg dan Maandag den 18en Januari tegen den middag. Doch toen was zijn tegemoetkoming niet meer noodig. De heelmeester van de Conqueror was al ’s morgens om zes uur bij den Keizer, waartoe de admiraal zelf hem verlof had gegeven!
Daar de toestand van den zieke zijn diagnose van den vorigen dag bevestigde, schreef Stokoë zijn tweede, volgende, verklaring: „Le dérangement de sa santé semble provenir d’une hépatite chromque, dont 1’apparition remonte a seize mois et qui s’est