308
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
raadpleegd. Bertrand had intusschen kapitein Nicholls een copie van de artikelen ter hand gesteld met verzoek ze aan den gouverneur over te brengen, waarbij hij den uitleg had gevoegd, dat dit de voorwaarden waren, waarop de Keizer een geneesheer zou nemen en dat Stokoë als zoodanig wilde optreden, indien hij de goedkeuring van zijn chefs — Hudson Lowe erkende en had erkend, dat de officieren van de marine den admiraal tot chef hadden— daarvoor kon krijgen. Onmiddellijk na de ontvangst van Bertrand’s schrijven richtte Hudson Lowe een brief aan admiraal Plampin, waarin hij zijn verwondering er over uitte, nu voor het eerst te vernemen, dat Stokoë een bezoek bij generaal Bonaparte had gebracht, dat hij nu niet wist van welken aard en van welke uitgebreidheid zijn beraadslagingen met den comte Bertrand waren geweest en welke middelen men heeft gebruikt om hem te overreden met deze artikelen in te stemmen, zonder dat de admiraal of hij daarover was geraadpleegd, terwijl het den admiraal wel even vreemd als hem moest voorkomen, dat, na de spoed-boodschap van dien nacht, de artikelen zóó snel waren opgesteld.” Hudson Lowe nam den schijn aan, als geloofde hij dat er een of ander geheim complot tusschen Stokoë en Bertrand bestond en deed alsof Stokoë verzuimd had hem, na zijn bezoek aan Napoleon te komen bezoeken en dat hij met een „misdadige haast” het stuk, door den Keizer gedicteerd, had onderteekend. Later zou hij een dergelijke redeneering misschien tegen Stokoë kunnen gebruiken. En inderdaad heeft hij dat dan ook gedaan!
Wijl de Keizer s’ avonds verschillende verschijnsels vertoonde die zijn omgeving ongerust maakten, besloot men de noodige stappen bij den gouverneur te doen om voor goed de zoo ge-wenschte hulp te verkrijgen. Om tien uur begaf de Montholon zich, vergezeld van kapitein Nicholls en voorafgegaan door twee soldaten met lantaarns, zich in een slagregen naar Plan-tation House, waar hij een onderhoud met Hudson Lowe, in tegenwoordigheid van majoor Gorrequer, diens secretaris, had. „Tegen tien uur, teekent deze aan, is de comte de Montholon, vergezeld van den ordonnans-officier van Longwood, op Planta-tion House aangekomen. De gouverneur heeft hem in de bibliotheek ontvangen, Hij heeft mij onmiddellijk laten ontbieden en zeide mij: „de graaf komt om mijn beslissing te vernemen omtrent de voorstellen van dezen ochtend, die op M. Stokoë betrekking hebben. M. de Montholon herhaalde in mijn tegen-