NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 307
inhouden — schreef hij een verklaring, waarin hij zeide: „Dat hij dien ochtend Napoleon had bezocht en hem buitengewoon zwak had gevonden. Hij klaagde over hevige pijn in zijn rech-ter-zij in den leverstreek en over uitstralende pijnen in zijn rechterschouder. In het midden van den afgeloopen nacht had hij een duizeling gevoeld, die een kwartier had geduurd; nadat hij daaruit was bijgekomen had hij een heet bad genomen, dat hem ruim had doen transpireeren en hem veel verlichting had gegeven, Waar de neiging tot congestie duidelijk kan worden aangetoond, is het noodig, dat zich voortdurend een geneesheer in zijn nabijheid bevindt, om hem onmiddellijk wanneer er een tweede aanval opkomt, te helpen en ook om, voor het vervolg, de lever-ontsteking, die bezig is zich te ontwikkelen, in behandeling te nemen.”
Toen het onderzoek was afgeloopen, vroeg de Keizer hem, er op drukkend, dat hij zonder omwegen zou antwoorden: Com-bien de temps peut-on vivre avec une maladie de cette sorte?”
— „Mon Dieu! il y a des gens qui atteignent avec cela un age fort avancé.
— Oui, mais les chances sont-elles les mêmes, dans un climat tropical ?
— Non.
— Quel est le danger a craindre?
— Que 1’hépatite devienne aigue.
— Et alors?
— Si la tumeur qui se forme crève dans 1’intestin, ce peut être le salut. L’abcès, est-il superficiel, une opération devient possible. Mais si les matières purulentes se répandent dans la cavité abdominale, c’est la mort certaine.
A cette déclaration, 1’Empereur ne put retenir un mouvement de colère, il serra les poings et dit avec amertume: „J’aurais vécu jusqu’a quatre vingts ans, s’ils ne m’avaient pas amené dans cette ile maudite.”
Nadat hij tegen den middag van Longwood was vertrokken begaf Stokoë zich naar de Briars om den admiraal de artikelen te laten lezen en hem mee te deelen, dat hij op die voorwaarden — ten minste indien hij zijn goedkeuring en die van den gouverneur kon krijgen — de betrekking had aangenomen. De admiraal nu, vond niets op die artikelen aan te merken en scheen geneigd om Stokoë een gunstig antwoord te geven, doch stelde dit uit tot hij den gouverneur zou hebben ge-