302
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
ander te begrijpen en in de gevoeligheden en beroerdheden van een ander te komen. Hij wenschte alleen een gemakkelijk en rustig leven te hebben en zich niet met anderen in te laten. Den morgen, vóór hij met zijn schip Engeland zou verlaten, was een sloep, zeer geheimzinnig, zijn vrouw zoogenaamd van Wight gaan afhalen, wat booze vermoedens verwekte, wijl de vrouw van een admiraal meestal op andere wijze aan boord van een oorlogschip kwam, vermoedens, die spoedig bewaarheid werden, namelijk, dat het niet zijn vrouw, maar maitresse was, die op die wijze aan boord werd gebracht. Op den dag van zijn aankomst op St. Helena vernam hij, dat men reeds over zijn verhouding sprak (korten tijd daarna werd er zelfs van den kansel tegen zijn onzedelijk gedrag gepredikt) en de geruchten, dat zijn maitresse van het eiland zou worden teruggezonden, terwijl het ministerie op de hoogte van zijn levenswijze zou worden gesteld. Hij haastte zich dan ook om een bezoek bij Hudson Lowe te gaan afleggen en den daarop volgenden dag bij Lady Lowe. Het gevolg van deze bezoeken was, dat de gouverneur deed alsof hij niets van de gedragingen van den admiraal wist en ook niet van plan was, zich er mee in te laten. Spoedig daarna zwegen dan ook de geruchten en sprak men in de „hofhouding” van Lady Lowe niet meer dan fluisterend en stil-ironisch over den admiraal, wat ook weldra, onder den invloed van den gouverneur, een einde nam. Niettegenstaande hij verlof had gekregen O’Meara te gaan bezoeken, vond Stokoë het toch noodig van zijn ontmoeting met Napoleon melding te gaan maken en uit te leggen, dat de gesprekken, die hij met den Keizer had gehouden, niet meer dan beleefdheids-gesprekken waren geweest. De admiraal had echter een andere opvatting en meening, en beweerde, dat O’Meara niet alleen had kunnen, maar ook had moeten weigeren in gesprek met Napoleon te komen; er bestond geen enkele reden om beleefd tegenover Napoleon te zijn; de gevolgen van het incident zouden op hèm neerkomen en hèm in allerlei moeilijkheden met den gouverneur wikkelen; hij had al genoeg moeilijkheden met dezen en dergelijke ontmoetingen zouden nog meer lastigheden na zich slepen. Hij zou dan ook onmiddellijk maatregelen nemen om ze voor het vervolg te beletten. En hij schreef aan den kapitein van den Gonqueror, om hem te verzoeken aan zijn officieren te willen meedeelen, dat waar zij verlof kregen om iemand op Longwood of uit het gevolg van Napoleon te bezoeken, dit niet