300
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
van St. Helena verwijderd en naar Engeland teruggezonden, terwijl dienzelfden dag een heelmeester van de artillerie, Verling, een handlanger van Hudson Lowe, naar Longwood werd gedetacheerd om er de behandeling van O’Meara over te nemen.
Nergens vindt men vermeld, dat öf Hudson Lowe den Keizer verlof heeft gevraagd Verling te mogen zenden, öf hem heeft verwittigd dit te zullen doen. Dadelijk na zijn komst te Longwood, begaf Verling zich — de instructies van den gouverneur volgend — naar O’Meara en verzocht hem inzage van zijn geneeskundige aanteekeningen, „het eenige document, waaruit men zich een nauwkeurig en juist begrip van Napoleon’s constitutie, van den aard der ziekte en van het goede der tot nog toe gevolgde wijze van behandeling” kon maken. O’Meara echter weigerde het document te laten lezen of om er een copie van te geven, bewerende, dat hij het niet meer bezat en dat hij het in alle geval niet zonder toestemming van den Keizer mocht vertoonen. De scheeve toestand waarin O’Meara zich bevond, kwam hier duidelijk aan den dag: als geneesheer van Napoleon was hij volkomen in zijn recht en deed hij zijn plicht met te weigeren; doch als officier van de Engelsche marine gehoorzaamde hij niet aan de reglementen, waaraan hij was onderworpen. Hudson Lowe veinsde, dat hij zich volkomen gedekt voelde en verklaarde, dat de generaal Bonaparte volkomen vrij was om zich te laten dood gaan of zich te laten behandelen, doch dat hij hem in alle geval een vakman had toegezonden, een vakman dien hij kende, doordien zij te samen de reis met de Northumberland hadden gemaakt, en dien hij kon laten roepen, wanneer en indien hij hem noodig had. Napoleon, verwoed om een dergelijke behandeling, deed de Montholon schrijven:
„J’ai 1’honneur de vous donner 1’assurance malheureusement trop positive que, même au rale de la mort, il ne récevra d’aide, ne prendra de remèdes que de son propre médecin, le docteur O’Meara, et si on 1’en privé, il n’en recevra de personne et se tiendra assasiné par vous.”
Dit was ernstiger, te meer daar Napoleon — welke moeite Hudson Lowe ook deed om hem, onder den invloed van de Montholon en van den ordonans-ofFicier van Longwood van gedachten te doen veranderen — halsstarrig bleef weigeren. Spoedig echter meende hij te begrijpen van welken kant het kwaad kwam: van Bertrand. Uit de Verhalen der commissarissen, die het weer van de Montholon hadden, verneemt hij, dat deze