298
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
trachtte hem een leefregel voor te schrijven en hem te overreden meer lichaams-beweging te nemen, wijl hij daardoor verbetering van al deze kwaaltjes verwachtte, maar Napoleon weigerde dien raad op te volgen.” Quel exercice prendre, zeide hij, dans une ile exécrable oü 1’on ne peut faire un mille sans être trempé ? Une ile dont les Anglais, accoutumés a 1’humidité, se plaignent eux-mêmes. Une ile maudite, dans laquelle on ne voit ni soleil nilune pendantla plus grande partie de 1’année. Toujours de la pluie, du brouillard. Je hais ce Longwood; sa vue seule me donne de la mélancolie.” En toen O’Meara hem op het gevaar opmerkzaam maakte van het ongezonde leven, dat hij leidde, antwoordde hij: „Tant mieux! la fin viendra plus vite.”
Een half jaar ging voorbij, zonder dat er verandering in den toestand kwam. Tegen het midden van 1817 merkte O’Meara op, dat de beenen en de voeten van den Keizer dikker werden. Wijl Hudson Lowe de raporten daaromtrent van O’Meara niet vertrouwde, verzocht hij den geneesheer Baxter, hem op dat punt van advies te willen dienen en deze schreef hem in een rapport gedateerd van den 28sten September, waarvan de copie zich in diens familiepapieren bevindt, doch tot voor korten tijd nog niet in het licht is gegeven —” dat hem den eersten dag toen hij generaal Bonaparte zag, voorkwam, als zou de ziekte, die dezen bedreigde „waterzucht” zijn. De duidelijke slapheid en de weinige spanning van de weefsels, gevoegd bij diens zittend leven, hebben hem die meening verschaft. Dat O’Meara hetzelfde oordeel was toegedaan en dat zij beiden van meening waren, er bij generaal Bonaparte op te moeten aandringen zijn ongezonde levenswijze te veranderen. De generaal echter heeft dezen raad niet willen opvolgen. Hij walgde zoodanig van het bestaan, had hij hem zelf verklaarde, dat hij blijde zou zijn, wanneer een plotselinge en hevige ziekte er een eind aan maakte. Het misbruik, dat hij van heete baden, en van andere verzwakkende middelen maakte, hebben meegeholpen om den tegenwoordigen toestand te doen ontstaan, die ernstige gevolgen zou kunnen hebben. Overigens droeg de behandeling, die hem is voorgeschreven, zijn volle goedkeuring.”
Bijna terzelfder tijd echter, vertoonde de Keizer een nieuw verschijnsel waaruit O’Meara het vermoeden kreeg, dat een ernstiger ziekte dan „waterzucht” zijn leven bedreigde. Op den eersten October namelijk klaagde hij voor het eerst, dat hij den vorigen dag een doffe pijn had gevoeld in de rechterzijde van