NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 289
betrekking van generaal-adjudant er geheel aan te geven en verlof te vragen, voor goed naar Engeland te mogen terugkeeren, wat hem werd toegestaan — maar toch waren hun weinige bezoeken en vooral de aangename verhouding, die zij steeds met de Fransche kolonie onderhielden, een afwisseling, groot genoeg, dat de Keizer hun weg-blijven en zijn gevolg hun afwezigheid zou betreuren.
Behalve, dat Napoleon direct leed onder het isolement, door het vertrek van Lady Bingham en van Lady Malcolm te weeg gebracht, ging hij ook gebukt onder het dreigement van vereenzaming, dat het indirect na zich sleepte. De kans namelijk, dat Mme. Bertrand naar Europa zou vertrekken — en wanneer dat zou geschieden, zou Bertrand haar zeker volgen — werd er grooter door, waar deze twee en de Engelsche vrouwen der officieren uit het kamp van Deadwood, de weinige op St. Helena waren, met wie zij nog omging.
Daarbij kwam een laffe intrigue van Hudson Lowe, die haar langs een omweg — door haar van den omgang met de vrouwen der Engelsche officieren te ontrooven — het verblijf onmogelijk wilde maken en haar op die manier wilde dwingen naar Europa terug te gaan. Indien dat geschiedde, zou het isolement den Keizer met een zoodanige energieloosheid slaan, dat hij geen lust zou gevoelen zich langer tegen willekeur te verzetten.
Hudson Lowe namelijk had een vriend mee naar St. Helena gebracht, die niet tot het leger behoorde, maar die de betrekking van inspecteur der militie op St. Helena vervulde en daarom met den plaatselijken rang van luitenant-kolonel was bekleed.
Deze werd door Hudson Lowe, met een luitenant onder zijn bevelen, tot ordonnans-offïcier op Longwood benoemd. De Keizer, vernemend, dat deze man, Lyster genaamd, op Ajaccio aan het hoofd van een Corsicaansch regiment had gestaan en nooit tot het geregelde leger had behoord, voelde dit als een beleediging en had daarover door Bertrand, een vrij krassen brief aan den gouverneur laten schrijven, die de onhandigheid had, dit schrijven aan Lyster te vertoonen. Deze, die zijn entrée op Longwood had gemaakt, met O’Meara verregaand te beleedigen, zond — zoodra hij inzage van den brief had gekregen waarin tegen zijn benoeming werd geprotesteerd — den grand-maréchal een uitdaging, waarin hij zoowel hem als den Keizer in verregaande termen bejegende, wijl Bertrand zich niet de moeite gaf, op deze uitdaging in te gaan, zond Lyster den volgenden dag een tweeden brief, waarin hij den grand-maréchal met zweepslagen
Napoleons laatste levensjaren 19