286 NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
waartoe hij in staat was, heeft behandeld; dat hij een grooten steun in zijn moeilijke, zieke dagen is geweest en dat zijn heengaan voor Napoleon een innige vriendschap deed verloren gaan. Want later, nadat de Keizer hem beter had leeren kennen en naar mate hij langer met hem had omgegaan en geleerd had zijn zorgen op prijs te stellen, verdween ook alle wantrouwen van den kant van Napoleon en bleef hij met alle lof en dankbaarheid van hem spreken. Geen enkele geneesheer heeft hem dan ook, gedurende de lange ziekte, die aan zijn dood voorafging, de behandeling, de zorgen, de toewijding en de vriendschap van O’Meara kunnen vergoeden . ..
En weer sleepte een half jaar voorbij. Het isolement werd grooter nog! M“"'. de Montholon vertrok in Januari 1819, gehaast om heen te komen, wijl zij beweerde aangetast te zijn — een kwestie van leven of van dood — door de tropen-lever-ziekte, waartegen men maar één geneeswijze wist, een badkuur en verandering van klimaat. Niettegenstaande het hoogst-waarschijnlijk is, dat zij nooit een badkuur heeft gedaan, leefde zij nog dertig jaar! Behalve echter met het oog op haar gezondheid, was haar vertrek naar Europa nog om andere redenen noodig, namelijk de regeling der erfenis van haar moeder en die der schulden van haar man. Daarbij waren twee van haar kinderen, toen zij naar St. Helena mee vertrok, in Europa achter gebleven, voor wie zij — gelijk met de drie anderen, waarvan er twee op het eiland waren geboren — moest zorgen.
Zooals over het geheele leven van de Montholon, ligt ook over deze periode een moeilijk te ontwarren net van waarheid en onwaarheid, een mengelmoes van onwaarschijnlijkheid en werkelijkheid, die alleen tot vermoedens voeren. Het dichtst bij de waarheid komt het vermoeden, dat de Montholon, in overleg met zijn vrouw niet zoozeer door liefde en toewijding voor den Keizer gedreven, op St. Helena bleven, dan wel, omdat het op het oogenblik het meest voordeelig voor hen was en zij daardoor de grootste kans hadden, om hun finantieelen toestand te verbeteren; de Montholon toch, had er bij uitstek den slag van om voortdurend — zonder dat hij er met één enkel woord van sprak, maar het alleen liet vóór-voelen — zijn eigen weggaan over Napoleon te laten dreigen. Misschien zelfs hinderde het dreigen van zijn heengaan den Keizer meer dan het werkelijke vertrek van M,,,c de Montholon. De brieven, die hij aan zijn vrouw schreef en die, welke hij van zijn vrouw ontving, werden zoowel door Hudson Lowe als door