Napoleons laatste levensjaren

Titel
Napoleons laatste levensjaren

Jaar
1916

Pagina's
374



282 NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN

hij — behalve en naast de berichten omtrent ’s Keizers gezondheid — ook zijn eigen gesprekken met Napoleon niet alleen, maar ook die, welke overigens op Longwood werden gehouden, aan hem zou overbrengen en dreigde, dat — indien hij dat niet deed — hij Napoleon door den geneesheer Baxter, die de post bekleedde van inspecteur voor den gezondheids-toestand der troepen op St. Helena, zijn man van vertrouwen, zou laten behandelen. Napoleon nu, verklaarde, toen hij dit vernam, dat hij het recht had om zich door den geneesheer te laten behandelen, dien hij zelf verkoos en dat hij zich aan niemand’s zorgen dan aan die van O’Meara wilde toe-vertrouwen. Hij had dezen reeds den 6den Mei 1816 ondervraagd op welk standpunt hij zich stelde: was hij zijn geneesheer en zijn man van vertrouwen, of was hij een spion van den gouverneur en van plan daarnaar te handelen. En op het eerlijk antwoord, door O’Meara gegeven, dat hij in de eerste plaats zijn geneesheer was en niet een spion of belast met de rol om hem te bespionneeren, maar dat het hem niet mogelijk zou zijn, om steeds het zwijgen te bewaren omtrent sommige gesprekken of onderwerpen van gesprek, die er op Longwood werden gehouden, had Napoleon hem te kennen gegeven, dat het hem, tot een zekere hoogte onverschillig was of hij de praatjes op Longwood al of niet overbracht. Trouwens, het antwoord, dat O’Meara aan Hudson Lowe gaf, namelijk, dat hij — wanneer het een kwestie van belang gold, — hij zich gedrongen zou voelen, als Engelschman, wel degelijk den gouverneur te waarschuwen, wijst er op, dat hij niet van plan was om oneerlijk te zijn of een dubbele rol te spelen, al zijn de onderwerpen, die hij nu en dan in zijn brieven behandelde en de brieven, die hij, door Finlaison heen, aan het Ministerie van Marine bleef zenden, zóóvele, zóó uitgewerkt, en volgens sommigen, van dien aard, dat men een beschuldiging daaruit wèl kan opbouwen. Een feit is, dat men — niettegenstaande de verklaring, door O’Meara tegenover Napoleon afgelegd — toch op Longwood langen tijd bleef voortgaan hem te wantrouwen, als een spion te beschouwen en voorzichtig met hem om te gaan.

De bereidwilligheid, waarmee O’Meara den gouverneur van het leven op Longwood op de hoogte hield, is de verklaring voor de goede verstandhouding, die er in den beginne tusschen hen bestond. Maar langzamerhand geraakte O’Meara onder den invloed van Napoleon, van wien hij oprecht begon te houden. Daarbij begon hij zich meer en meer met de andere Franschen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.