NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 279
ook was hij bevreesd, dat hij in onaangenaamheden zou geraken — opgehouden zijn ambt van eerste geneesheer uit te oefenen. Hij was officieel vervangen door Foureau de Beauregard, die door en op zijn aanbeveling al lang aan het Huis van den Keizer verbonden was. Wijl deze tot lid van de Chambre des Représentants was gekozen, drong de Keizer er op aan, toen hij van Malmaison naar Rochefort vertrok, dat hij eerst de zitting van de Kamer tot het eind zou meemaken en dat hij pas daarna te Rochefort bij hem/ zou komen. Door allerlei omstandigheden echter en door allerlei moeilijkheden, werd hij verhinderd zich bij Napoleon te voegen en kwam pas te Rochefort, toen deze zich reeds aan boord van de Bellerophon bevond.
Toen hij van Malmaison wegging, had Corvisart, in overeenstemming met hem en met zijn goedvinden, een tijdelijken plaatsvervanger aan den Keizer voorgesteld, namelijk Maingault, die in de meening, — zoöals Napoleon hem dit had gezegd — dat hij den Keizer naar de Vereenigde Staten zou vergezellen, de betrekking had aangenomen. Op de Bellerophon gekomen en daar vernomen hebbend, dat men niet naar de Vereenigde Staten zou gaan, weigerde hij den Keizer te vergezellen, in welke verlegenheid hij door zijn plotselinge weigering den grand maréchal ook bracht om zoo spoedig een anderen geneesheer te vinden en welke drang men ook trachtte op hem uit te oefenen (zelfs kapitein Maitland deed pogingen om hem op zijn besluit te doen terugkomen). De Keizer moest dus zonder geneesheer vertrekken, die hem met raad en daad zou kunnen bijstaan in de geheel nieuwe omstandigheden, waaronder hij gedwongen was te gaan leven, en onder een klimaat, waaraan hij niet gewoon was, waarbij hij hem een leefregel zou kunnen voorschrijven en op de naleving daarvan zou kunnen letten. Op de Bellerophon had de Keizer gelegenheid om O’Meara aan den arbeid te zien en deed hem — nadat hij uitstekende getuigenissen omtrent hem, zoowel van Kapitein Maitland als van Lord Keith had ontvangen — het voorstel zijn lijf-arts te worden en als zoodanig met hem naar St. Helena, en later naar Longwood, met hem mee te gaan, wat O’Meara aannam. Hij verkeerde steeds op uitstekenden voet met den Keizer en bleet dan ook zijn lijf-arts, tot hij den 25stcu Juli 1818 door het Engelsche gouvernement op aandringen van Hudson Lowe, werd teruggeroepen, en tevens op grond van een schrijven dat hij aan de Admiraliteit had gericht en waarin hij den gouverneur