278
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
vernemen, dat de Keizer gestorven is!”
Ik brak in tranen uit; ik was bang, dat mijn hart zou scheuren. Hij was door mijn tranen aangedaan. Ik had mijn zakdoek in mijn zadeltasch vergeten; hij nam de zijne en droogde mijn gezicht er mee en gaf mij die als herinnering. Wij bleven bij hem eten maar ik had door mijn verdriet geen eetlust. Te vergeefs bood hij mij de lekkernijen, waarvan ik anders zooveel hield; ik moest mij verontschuldigen, dat ik ze niet kon eten, omdat mijn keel was toegeknepen.
Toen wij afscheid namen, omhelsde hij mij, evenals mijn zuster, terwijl hij ons vroeg hem niet te vergeten; wat hem betrof, verzekerde hij, hij zou zich altijd de vriendschap herrinneren, die wij hem hadden betoond en hij dankte ons telkens en telkens weer voor de aangename uren, dien hij in ons gezelschap had doorgebracht.
Hij vroeg mij of ik het niet plezierig zouden vinden, iets van Longwood mee te nemen.
Ik antwoordde, dat mij niets zóó plezier zou doen dan een haarlok van hem te hebben. Hij liet zich een schaar brengen en knipte zich vier lokken af: één voor mijn vader, één voor mijn moeder één voor Jane en één voor mij.
Nog heb ik die haarlok van den grooten Keizer. Helaas, is zij het eenige wat ik van zijn talrijke geschenken heb overgehouden.
En nog wijder zou zijn vereenzaming worden! Een paar maanden later, den 25stcn Juli 1818 toch, had het vertrek van zijn geneesheer O’Meara plaats, dat — naast de leegte, die het achter liet — zoo verstrekkende gevolgen voor hem zou hebben.
Edward Barry O’Meara, was in 1786 in Ierland geboren. Zijn vader die officier in het Engelsche leger was, liet hem in Dublin en in Londen in de medicijnen studeeren. In 1804 officier van gezondheid bij de infanterie geworden, werd hij in 1808 van dit ambt ontheven, omdat hij, als getuige, aan het duel van een zijner vrienden had deelgenomen. Hij werd echter een tijd daarna als officier van gezondheid bij de marine aangesteld. Toen Napoleon op de Bellerophon kwam, deed hij daar aan boord dienst.
Napoleon nu, had geen geneesheer onder zijn gevolg en had geen tijd of gelegenheid gehad, zich er van een te voorzien. Gedurende de Cent-Jours had Corvisart, het hoofd van zijn Medisch Huis — misschien had hij toen reeds zijn eerste apoplexie gehad; misschien voelde hij zich te vermoeid; misschien