253
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
verzuimend hem er in te kennen — den geestelijke weten, dat hij nu wel met het luiden kon voortgaan, waaraan deze voldeed. Hudson Lowe, woedend, dat zijn bevel in den wind werd geslagen, schrijft daarop een briefje aan den dominé, met de vraag: „wie zóó stom, verwaten, brutaal en insolent is om een bevel, dat hij heeft gegeven, te durven veronachtzamen”, waarop de geestelijke leuk en kort slechts ten antwoord geeft: „Lady Lowe”. Een andere keer, dat zij weer te James Town is, geeft zij de wensch te kennen, gaarne eens een spiegel-gevecht ter zee te willen zien. De hoogere officier, die haar vergezelde, hield daarop een bespreking met den kapitein van de Eurydice, die vóór de haven geankerd was en deze belooft er voor te zullen zorgen, dat het gevecht zou plaats vinden. Zonder den admiraal — het was Plampin, die met zijn geliefde op de Briars woonde en die men algemeen als een quantité négligeable beschouwde — er in te kennen, begon men op de Eurydice ’s avonds om tieh uur het vuurwerk-sein op te steken, dat het begin van het gevecht moest aankondigen en de kanonnen af te vuren, waarop een ander schip, op eenigen afstand gelegen, met zijn kanongebulder antwoordde. Opgeschrikt door het lawaai en meenend, dat een vijand het eiland aanvalt, ontvluchten de bewoners, half aangekleed, James Town en trachten zich in het binnenste van het eiland in veiligheid te brengen. En ook admiraal Plampin is ontdaan en vreest, dat Amerikanen het eiland aanvallen. Terwijl hij zijn ordonnans naar James Town stuurt, kleedt hij zich haastig in zijn uniform om zijn plicht te gaan doen. En onderwijl keert Lady Lowe, met haar gezelschap, dat zij genoodigd heeft om het schouwspel bij te wonen, en dat zich met de al-gemeene emotie vermaakt, kalm naar Plantation House terug.
Behalve deze gebeurtenissen en nog eenige jonge-luitenants-grappen, die, meer tot persoonlijk vermaak van Henry en zijn kameraden strekken, is er niet veel wat deze weet te vermelden en wat het verblijf op St. Helena eenigszins dragelijk zou kunnen maken. Zeker niet voor de Franschen en even zeker niet voor Napoleon. En het ligt niet aan de Franschen of aan een vóóropgezetten onwil van dezen, dat zij zich vervelen. Wanneer men de brieven der commissarissen leest, verneemt men daaruit, dat het verblijf op St. Helena ook voor hen, door het bijna geheel gemis aan afleiding, niet te dragen is. Sturmer schrijft aan zijn regeering: „II faut beaucoup de courage et de résignation, pour supporter eet exil. II en est peu d’aussi tristes!