NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 245
Het verslag, dat Mac Leod van zijn audiëntie geeft, luidt als volgt. Nadat Bertrand al de aanwezige personen rondom den Keizer had geschaard, begon lord Amherst ze beurtelings, één voor één, aan hem voor te stellen. De Keizer had voor ieder van hen een vriendelijk woord of deed den voorgestelde een vraag over wat voor hem het meest van belang was, over zijn studie of over de zaken, waarmee hij het meest in de uitoefening van zijn vak in aanraking kwam. Nadat hij de geheele rij was langs-gegaan, richtte hij nog een paar vragen tot den secretaris Hayne, „et 1’ambassade, congédiée, se retira enchantée, chacun de ses membres emportant le souvenir d’un mot aimable.
Pour conclure, Bonaparte fut poli et affable, et, quelle que soit sa manière d’être habituelle, il est clair qu’il peut se com-porter trés bien, quand il veut”. Met deze opmerking eindigt Mac Leod zijn verhaal, een opmerking, die waarschijnlijk dient om de voorstelling te niet te doen, die door Hudson Lowe steeds van Napoleon wordt gegeven aan hen, die hem wenschen te bezoeken en waarbij de gouverneur hem beschrijft als een gevaarlijk en onbehoorlijk individu, die iedereen behandelt op de wijze, waarop hij Hudson Lowe behandelt.
Doctor Abel geeft in zijn verslag meer een beschrijving van het uiterlijk van den Keizer, dan dat hij de woorden weergeeft, die hij tot de verschillende personen heeft gericht. „Sans doute, zegt hij, Bonaparte avait le buste trés large pour sa taille de cinq pieds sept pouces environ, mais cela ne le rendait ni lourd ni épais d’apparence. On a souvent remarqué la beauté de ses membres; elle subsistait. Sa jambe, par exemple, était irrépro-chable de lignes, quoique fort musclée. Son corps entier, de structure compacte, indiquait la vigueur, la solidité. Contraste remarquable: il marchait d’un pas aisé et gracieux, et, sitöt qu’il s’arrêtait, il prenait une rigidité de statue. Sa physionomie cau-sait des surprises analogues. Allait-il poser des questions, il fixait avec insistance son regard, durant quelques secondes, sur la personne qu’il voulait interroger, et ses traits, alors, se figeaient dans une immobilité sculpturale. Dés que le dialogue commen-pait, ces mêmes traits reflétaient, d’une manière étonnante, 1’intensité et toute la variété des sentiments.
Son ceil, encore, changeait de couleur, autant que d’ expression. Si je 1’avais vu seulement quand les muscles de la face, et par-ticulièrement ceux du front, étaient en jeu, je n’hésiterais pas a le déclarer trés noir. Mais a d’autres moments oü je 1’ai ob-