NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 161
geen gemakkelijk baantje was. In plaats toch van een servies, voldoende voor twaalf personen, had men al het zilver meegenomen, dat zich op het Elysée bevond èn het zilver, dat bij de inventaris van de Tuilerieën behoorde, zoodat alles bijna drie- of vierdubbel aanwezig was, ongerekend de groote stukken en een compleet, zilver-verguld dessert-servies.
Behalve een bediende van Bertrand, Bernard Hayman genaamd, die wegens herhaalde dronkenschap, waarin hij met de andere bedienden ruzie zocht, met zijn vrouw en zijn 15 jarige zoon weer naar Europa werd gezonden en vervangen werd door Etienne Bougé, een eenvoudigen zoon van boeren, maar trouw, eerlijk en aanhankelijk aan Napoleon, was dit het mindere personeel, dat Napoleon op Longwood omringde en voor hem zorgde. Minder dan de hooger-geplaatsten verschillend door afkomst en geboorte, minder van elkaar gescheiden dan de hooger-geplaatsten door de beweeg-redenen, die hen ertoe hadden gebracht om den Keizer te vergezellen, door één gevoel bezield voor den Meester, dien zij als een half-god vereerden en dien zij lief hadden, schiepen zij, in de stille nederigheid van hun taak, een atmosfeer van genegenheid en toewijding rondom Napoleon, belangeloos en zonder vooruit-zien naar een mogelijke toekomst, waarin de hooger-geplaatsten dikwijls te kort schoten en waaraan zij meermalen een voorbeeld hadden kunnen en moeten nemen.
Terwijl de Engelsche regeering luide verkondigde, dat Napoleon in Longwood een uitstekende woning had gevonden, voegden de Engelsche dagblad- schrijvers er bij, dat zich rondom Longwood een „schitterend park” uitstrekte, waarvan hij het vrije gebruik had.
Dit „schitterende park” nu, bestond uit een armzalig tuintje met magere bloemen, aan beide zijden der lengtebalk van den In het linker bevond zich een prieel met wingerd begroeid, in het rechter waren een paar rijen pijnboomen geplant, die — door de gebouwen tegen den eeuwigen wind beschut — tamelijk goed groeiden. Iets verder stonden, hier en daar verspreid, een honderd-tal gomboomen, door den wind verwrongen, misvormd en laag gebleven. Gomboomen zijn gewoonlijk al niet zeer schoon, maar zeker was dit niet op Longwood het geval, in hun groei belemmerd door den altijd-blazenden passaat-wind, met hun stammen opgevreten en bedekt door grauwe korstmossen en met hun kale takken, waaraan op het einde een stuk of wat grijze blaadjes trilden.
11
Napoleons laatste levensjaren