159
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
geboortig was en misschien ook was Cypriani aan Napoleon gebonden door — een verschijnsel, dat men meermalen op df: eiland en in andere zuidelijke landen aantreft — een vriendschap, die van ouder op ouder overgaat en waardoor ten eeuwige dage door de afstammelingen een gehechtheid en ver-eering wordt onderhouden voor de afstammelingen en kinderen van een andere familie. Hij was door Napoleon belast met een soort informatie-dienst, nadat hij op Elba bij hem was gekomen (vóór dien tijd was hij in Engelschen dienst geweest, belast om Corsiaansche militairen, die met een regiment Malthezers de bezetting van het eiland Capri vormden, te oefenen; waarschijnlijk is de overgave van Capri aan de Franschen voor een groot deel aan hem te danken) en vond, vooral te Weenen, gelegenheid om achter de verschillende machinatiën te komen, die de geallieerden tegen Napoleon van plan waren. Hij was het, die Napoleon op de hoogte bracht van het voornemen, dat men koesterde, om hem naar een verlaten eiland over te brengen. Op St. Helena vervulde hij — behalve, dat hij maitre d’hotel was — dezelfde informatie-dienst, al waren de gebeurtenissen daar van minder belang. Zeker is het, dat Napoleon een blind vertrouwen in hem had. Zijn vrouw en kinderen woonden te Rome, waar eenige van hen in dienst bij de familie Bonaparte waren. Hij is op St. Helena gestorven en begraven.
Om Cypriani als Maitre d’hótel en Lepage als kok — de laatste kreeg zijn ontslag, omdat hij niet bekwaam was voor zijn vak en omdat men hem niet vertrouwde, wijl men vermoedde, dat hij voor den gouverneur spionneerde — te vervangen zond de familie van den Keizer Jacques Coursot, die bij Madame Mère in dienst was geweest en Chandellier, die in 1798 te Melun was geboren, in 1813 als „page-rótisseur” in het Huis van den Keizer was gekomen en in 1815 in dienst van Princes Pauline was overgegaan. Hij was wel niet buitengewoon gezond, maar daar tegenover stond, dat hij belangeloos was en met hart en ziel den Keizer was toegedaan. Hij was even vindingrijk als ijverig. Toen hij — vóór zijn vertrek naar St. Helena — gehoord had, dat de stook- en kook-gelegenheid op Longwood zeer gebrekkig was, voorzag hij zich van allerlei ustensiliën om daarin verbetering te brengen, en metselde op Longwood zelf een fornuis, waarin hij de meegebrachte onderdeelen kon gebruiken en waardoor hij in staat was om het eten zóó goed te bereiden als eenige andere kok, die de beste keuken-inrichting