Napoleons laatste levensjaren

Titel
Napoleons laatste levensjaren

Jaar
1916

Pagina's
374



158    NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN de zorgen van Napoleon den derde, het geld, hem door Napoleon den eerste nagelaten, uitbetaald.

En tot aan zijn dood, in 1862, bleef Santini trouw de wacht houden bij de laatste rustplaats van Hem, die eenmaal zijn meester was geweest. En wee den bezoeker, die verzuimde zijn hoofd te ontblooten, wanneer hij het graf van den grooten Keizer naderde! Dan klonk de strenge, luid-gebiedende stem van den trouwen, zeventig-jarigen grijsaard: „On se découvre devant le tombeau de 1’ Empereur”!

Van de drie lakeien, die op Longwood dienstdeden, is slechts weinig te zeggen. Van de beide Archambauds, die den stal-dienst tevens deden, was de een, de oudste, Archille-Tomas L’Union, al in 1805 onder de bevelen van den eersten stalmeester gekomen. In 1814 had hij er op aangedrongen mee naar Elba te mogen gaan, waar hij een hoofd-rang onder de lakeien had vervuld. Hij was mee naar Parijs teruggekomen, had dezelfde plaats gehouden en had de veldtocht in België meegemaakt. Evenals hij, had zijn jongere broer, Joseph-Olivier, voordat hij lakei was geworden, eerst dienst in de stallen gedaan. Beide waren koetsiers van een buitengewone bekwaamheid, zoowel in het van de bok, als in het postillon rijden, wat op St. Helena, met het oog op de gevaarlijke, steile wegen en de snelheid, waarmee de Keizer altijd wilde voortjachten, hoog noodig was. Wat hun trouw en hun toewijding betreft, alles wat men daarvan zou willen zeggen, zou altijd te weinig zijn, en ver beneden de waarheid blijven, zooals zij, die hen in hun doen en laten hebben gekend, van hen getuigen. Wat Gentilini betreft, deze was van Elba afkomstig, was als lakei mee naar Parijs gegaan en als zoodanig mee naar St. Helena gekomen.

Onder de tafelbedienden nam Cypriani Franceschi, die nooit anders dan Cypriani wordt genoemd, de hoogste rang, die van Maitre d’hötel in. Hij is een geheimzinnige persoonlijkheid geweest, van wien men eigenlijk nooit het preciese is te weten gekomen. Het eenige wat men met zekerheid van hem weet, is, dat de Keizer bijzonder op hem gesteld was: „II nous don-nerait tous pour Cypriani,” schrijft Gourgaud. Men zegt, dat hij vast aan Napoleon gehecht was, niettegenstaande hij van nature en van overtuiging een republikein was en dat hij den Keizer vooral met hart en ziel was toegedaan, toen diens tegenspoeden begonnen. Waarschijnlijk had de wederzijdsche gehechtheid vooral tot grondslag, dat Cypriani ook van Corsica

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.