NAPOLEON’S LAATSTE LEVENSJAREN 157
gebracht, die voor het drukken en verspreiden zorgde — met behulp van een Engelschman van het protest maakte en die in het Engelsch en in het Fransch werd uitgegeven. In deze brochure beschreef Santini tevens den geheelen toestand op Longwood, het voedsel, de plagerijen van den gouverneur, de onaangename behandeling, waaraan de Keizer bloot stond, diens gezondheid enz.
Toen hij vond, dat hij genoeg in Engeland had gedaan, besloot hij naar het vasteland over te steken en daar zijn zending voort te zetten. Overal werd hij door de politie der verschillende landen gevolgd, vervolgd en voortgejaagd, waar hij de familie van den Keizer wilde opzoeken en ook die op de hoogte van alles wilde brengen. Na vele omzwervingen — terwijl hij te Milaan, te Mantua en ook te Weenen een tijdlang werd gevangen gezet — kreeg hij eindelijk verlof om zich te Brünn in Moravië te vestigen onder voorwaarde, dat hij daar zou blijven en zich zelfs niet in den omtrek of in de voorsteden zou begeven. Zijn correspondentie werd door de politie geopend en gelezen en hij moest zich elke veertien dagen op het politiebureau melden De Oostenrijksche regeering gaf hem intusschen geld, waarvan hij kon leven. Maar tevens werd hem gedreigd, wanneer hij zich niet aan de voorschriften hield, dat men hem in een gevangenis zou opsluiten. Eerst na den dood van den Keizer mocht hij Brünn verlaten niet alleen, maar men liet hem vrij om zich overal heen te begeven, waarheen hij wilde.
En weer begonnen zijn zwerftochten! Doch nu met het doel om zijn onderhoud te kunnen verdienen en om in het bezit te geraken van het geld, dat zijn Meester hem had nagelaten en dat betaald moest worden uit de geldsommen die Marie Louise aan den Keizer schuldig was. Marie Louise nu, heeft nooit iets van die schuld afgedaan! Eindelijk werd hij in ’30 aan het Koninklijk Huis verbonden, maar verkoos liever een baantje aan de Posterijen te hebben, wat hem ook gegeven werd. Zoo-dra Napoleon de derde aan de regeering was gekomen verzocht Santini om het kruis van het Légion d’Honneur wat hem billijkerwijze toekwam, wijl het hem door den grooten Keizer bij zijn terugkeer uit Elba, was beloofd. Hij kreeg het en werd — tot belooning voor zijn diensten en voor alles wat hij voor de dynastie der Bonapartes had gedaan — benoemd tot wachter bij het graf van den Keizer, een baantje, dat men speciaal voor hem schiep, „en récompense de ses longs services et de son attachement a 1’Empereur Napoléon Ier”. Ook werd hem door