NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 153
Légion d’ Honneur te worden gedecoreerd. Hem zou zeker „1’Etoile des braves et des fidèles” niet hebben misstaan.
Giovan Natale Santini was een ander slag mensch als zijn collega’s kamerdienaren. Even trouw, met een grenzelooze toewijding en liefde voor den Keizer bezield, dien hij als een halfgod vereerde, was hij, acht dagen nadat Napoleon te Fontainebleau afstand van de regeering had gedaan, door generaal Ornano aan den grand maréchal voorgesteld, wijl hij met den Keizer naar Elba wenschte te gaan. Hij was een stevige, korte ineengedrongen jonge man van 24 jaar, met trouwe, eerlijke oogen en had een sterk Corsicaansch accent. Het Keizerlijk Huis was toen al meer dan compleet. Daarbij kwam, dat men geen betrekking voor iemand als Santini wist, die altijd — eerst als gewoon soldaat en later als oorlogs-koerier — had dienst gedaan, alle veldslagen en veldtochten van 1804 tot 1812 had meegemaakt, doch onbekend was met de eischen, die men aan een kamerdienaar of zoo iemand stelde. „Je ferai ce qu’ on voudra,” bad Santini den grand maréchal. Deze echter wist er niets op en gaf hem alleen te verstaan, dat — wanneer hij op eigen kosten de plaats van inscheping kon bereiken — hij er voor zou zorgen, dat hij gratis de overtocht naar Elba kon meemaken en dat men daar verder kon zien. Santini had het geluk, dat Napoleon hem tijdens de overtocht opmerkte en hem in de gelegenheid stelde in het kort zijn levensloop te verhalen. Hij kreeg ook van dien de vage toezegging, dat men zou zien, wat men voor hem kon doen.
Op Elba echter was en bleef het ’t zelfde: er was geen betrekking te vinden, waarin men hem kon plaatsen: „que voulez-vous qu’ on fasse ici de vous, zeide de grand maréchal tot hem. Vous ne voudriez pas laver la vaisselle, vous ne pouvez faire un valet de pied, et vous n’ avez aucune habitude du service.” Toch gaf Santini zijn pogingen niet op, maar bleef rondom de woning en de stallen van Napoleon dwalen met een vasthoudendheid, die hem in de oogen van de politie verdacht maakte. Immers kreeg men telkens waarschuwingen en berichten, dat er van verschillende kanten lieden waren en werden afgezonden om den Keizer te vermoorden. Eindelijk gelukte het Santini om den Keizer te spreken te krijgen, die hem — zich hun vroeger gesprek herinnerend — tot „bewaarder van de portefeuille” benoemde, een titel, waarvoor op Elba geen functie was; het eenige wat hij te doen had was de schrijftafel schoon