92 STILLE UREN.
zaam opsluipend in zijn schedel den geheelen dag, was het of zijn denken vager schemerde, of zijn weten eiken dag los opstond van wat er den vorigen dag door zijn bestaan had geluid. Meer en meer verlangde de behoefte in hem op naar de kalming van morphine, een wijddringende hijging om neer te liggen in den rust-vredenden droomroes, waarin hij voortsluimerde onder een mooi-kleurende herinnering van vroeger.
Op een avond, neer-gezenuwd van heftig-borende hoofdpijn, nam hij weer een morphine-injectie. In de doezeling die over hem heen kalmde, bleef hij beweegloos liggen, luisterend naar de geluiden rondom, telkens zijn oogen open lichtend, rond drijvend de schemering van zijn zien naar de kleurwolking van de kamer. Buiten begon de nacht langzaam, op te poederen tegen de hooge vastheid der huizen, ongemerkt vóór-helderend een limpide duisterheid waarin zacht-schijnend de neveling der lamp-lichte vensters vaagde. Telkens zuchtte door de geopende ramen een dun-geurend zweven van zomergroen en vochtende aarde, even zachtwelvend de gordijnen met week ritselende streping. Eentonig, kleurloos-lui-