STILLE UREN. 91
geluid dat in de stilte brak; avonden die hij te bed bleef liggen zonder zijn licht uit te doen, vreezend voor de dofheid van den nacht die over hem heen zou gaan, terwijl hij sliep in de onbewuste neerligging van zijn lichaam. Er waren nachten die hij wakker bleef, rechtop zittend in zijn bed, rondstarend in de kamer die hij had gesloten met telkens-weervoelend bewegen van het slot, wachtend met angstig verlangen tot de dag kwam, sluipstappend naar het venster om te zien of het licht nog niet bleekte over de don-ker-slapende tuinen; nachten dat hij niet eer durfde neerslapen dan wanneer het witte zonlooze licht begon te helderen over de meubelen.
Het was of zijn machteloosheid eiken dag zwaarder loodde op zijn gaan, of zijn willen moeilijker eiken dag opstrakte tegen zijn onmacht. Wanneer hij ’s middags na zijn werk t’huis kwam, dwong hij zich, in een haasten van zijn neêr-slappende kracht, om zich uit te kleeden en naar bed te gaan, zonder moed om te blijven zitten, vooruit-wetend dat hij dan niet meer kon opwillen uit de losligging van zijn ledematen. In de dagelijks-weersmartende migraine-aanvallen, lang-