88 STILLE UREN.
de kleuren die ongemerkt in elkaar heen-wolkten. En hij gleed zijn oogen weer dicht, terugzoekend naar zijn denken van zoo even, zacht weer inzwevend in de lief-grijswolkende teerheid van ömdrijvende rust. Soms, willoos in zijn luisteren naar wat deinde in zijn hoofd, voelde hij plotseling de dreiging van smartend peinzen vasten in zijn denken, scherp opeens zuiverend een wakkerend weer-zijn in de werkelijkheid. Dan, wijdopen rond kijkend om heen te willen uit de angstige droefheid die hij in zich voelde hoogsnik ken, zag hij de luidlooze weving weer van mooi-kleurend licht en de donkere vastheid van verdriet was weer heen, zijn invagend denken terugzwevend naar onduidelijk voortgrijzend soezen. En tijden achtereen bleef hij beweegloos liggen, zonder voelen van pijn, zonder weten der werkelijkheid, die over hem heenstond met de op-klankende deeling van den uurslag. En toen hij ’s morgens opstond, met een moe-zwakke losheid in zijn lichaam, was het hem of hij anders was geworden, kalm-rustig ziende de dagen die zouden komen, met een tevreden-matte egaalheid van denken, die hem den geheelen dag bijbleef, een