STILLE UREN. 85
zijn voelen helderend naar de werkelijkheid, met een moewe deining in zijn hoofd, waarin de beelden vager en vager nastonden, heengevreemd door de week-overkleurende zweving van het licht.
Op een avond dat hij beweegloos zat te peinzen naar de in-blauwende lucht, waartegen de sterren kort, bleek-trillend puntten, voelde hij op eens een schemer-trillende duisterheid plekken voor zijn oogen, een rag-dradende beving van dekkende grijsheid, waarin langzaam een slangend vonken lijnde, wijder en wijder buigend langs den om trek van zijn zien. En angstig starend naar de goud-golvende streping in zijn oog, zag hij langzamerhand alles rondom zijn zitten heen-dekken achter het dun-wazig grijs, dichter en dichter zwartend onder het wijder-slangend licht-buigen, dat gestadig kringde in moeiend bewegen. Toen geleidelijk doovend uit zijn zien, schemerde de gouden slang-flikkering heen, een grauw-don-kere blindheid vliezend voor zijn oog, dat pijnlijk begon te drangen in zieke weeheid. Maar ongemerkt zuiverde ook de blindheid omhoog, zijn zien weer vrijlatend voor de helderheid van het licht. Toen langzamerhand overpersend naar den