132 STILLE UREN.
hun samenzijn innigde en waaruit hij nieuw-gewaakt was, verwonderd dat alles veranderd was rondom.
Somtijds, wanneer hij over die verre dagen dacht, kon hij moeilijk uiteenhelderen wat gebeurd en wat voor zijn zien geweest was, in de visioening van zijn droomen. Hij had weer teruggeleefd in het beeld van jaren geleden, een brok-vreemdende langsrijing van zijn vroeger bestaan, waaruit het meezijn van zijn vrouw terugstond, scherp-figurend alsof de werkelijkheid nooit was neergedekt onder de duistering van leed en droefheid. Ongemerkt was zijn droomen ineengeweven met haar, die rondom zijn liggen bewoog, een geleidelijk helderen van zijn denken naar haar, die langen tijd een andere geheeld had in de jachtende wisseling van zijn ijlend ziek-zijn. En de liefde had in hem gefluisterd een teer-toonende weening van zacht geluk.
Dikwijls ’s avonds, wanneer hij tegenover haar zat, dikwijls ’s nachts in de heldere wakkering van zijn denken, terwijl hij lag te luisteren naar het voortschokken der uren, had hij beproefd zijn voelen neer te drukken, dat hij wist dat hooger in hem groeide en alleen te denken aan