104 STILLE UREN.
blank-sprokend geluid door de diepe duistering van den nacht, waaruit het mompelen van het omhoog-gevolde beekje luider kleurde, telkens wanneer de strakke regenstraling ineenzachtte tot een even speurbare zweving van vaag gerucht. En het najaar begon te dreigen uit de killer-lichtende luchten, het najaar doodde te voor uit de luidloos-neerzwevende wemeling van bruin-geroest blad en de hooger-scherpende geuren van doorgenatte aarde, het najaar huilde omhoog uit de laatste uren van stil-klamme lauwheid onder het goud-stervend kleuren van de kort-warmende zon, die vroeg heendoofde naar het Westen in een toover-vlammende laaiing van ros-gloeiend licht en violet-schemerende diepten van vreemd-brokkende wolken.
Het was de middag na een regen-stille ochtend. De vaste grauwheid was van het bleek-koele luchtblauw heen-gehelderd, kleine, vlok-randende wolkjes nadrijvend in droom-stillen voortgang, zuiver-wit plekkend in het licht, dat de zon in wijd-gulden zachtheid uitwarmde over de bergen. Een week-weenende najaars-middag, waarin het sterven van den zomer snikte, het laatste mooi-