STILLE UREN. 97
de geheimende luiding van stil-geborgen leven, dat in het bosch weefde.
Maar vooral de avonden had hij lief, de hoog-rustende avonden, de avonden van luw-koele schemering die langzaam over het dal grijsde uit de staage mompeling van het water, dat in de donker-gegroeide diepte van het bosch tokkelde; de zachte, maandroomende avonden, tooverkleurend over de bergen een groendunnen schijn, waarboven de sterren beweegloos vonkten, een gouden lichting trillend tegen het wijd-wijkend luchtblauw.
Wanneer alles in huis rustig was geworden, bleef hij langen tijd alleen voor de deur zitten, luisterend naar de fluistering van vage geluiden in het bosch, een geheimzinnige zweving van duister-ongekend leven, waartusschen het mompelen van het water een klank-zachtend ruischen dekte, altijd voort in onzichtbaar bewegen, een eindloos-sprokende zanging van teer-klein gerucht. En de uren gleeden over hem heen in onmerk-baren voortgang, zijn peinzen dieper nevelend tot een zwevende drooming van gedachten, een luid-
looze wisseling van vaag-omlijnde beelden, ver
II 7