90 STILLE UREN.
plekken de ochtendzon, wijd-uitstralend een duizeling van zilver-wevend licht, de dunne nevel-wolkjes luidloos dampend uit de roerlooze fulping der boom-begroeide schuinten, breede garven van bundel-strekkende helderheid lijnend tusschen de snijding der bergen, waaruit het neerzong over den bloem-kleurenden, mosgedekten grond, omhoog-goudend in trillende vastheid onder de breed-wijdende uiteenwijking der licht-gevlekte boomkruinen. En een metaal-zuivere stilte koelde over het landschap, zacht van ver doorscherpt van het kort-klankend fluiten der vogels, telkens heen-gedekt onder de schor-rekkende kakeling der kippen, die donker-klein plekkend in den breeder omzoomenden lichtrand voortschokten.
Dan, onder het hooger-stralen van de zon, die wijder en wijder een warm-wevend geuren stoofde in de nauwe diepte van het dal, begon het leven van iederen dag luider te bewegen voor zijn zien. In narekkende langzaamheid uit den vroeg-ge-waakten slaap, loomde de herder naar den stal, de breed-zware deuren openkrakend met moeilijk-klagend dreunen en een voor een donkerden de bruine koeien uit de schemer-gapende duistering