STILLE UREN. 89
droef staarden met de diep-stille spreking van hun denkende oogen, schoof hij de gordijnen voor de wijd-open vensters uiteen, de vol-wol-kende frisch-geuring van den ochtend diep-ademend, die plotseling over hem heen stond en bleef hij een tijdlang kijken naar het uitzicht dat toover-kleurde in de wijde stilte.
Hoog rondom, schuin-wijkend uit de heldergroene neerligging van het smalle grasveld, hoogden de bergen naar de dun-blauwe lucht, met den donkeren opstand der denneboomen, waar waartusschen de losse bladering van loofhout kleurde, week-doorgeschitterd van zweef-lichtende draden, even telkens wit-zachtend in het licht, wanneer een koel-ademend windje over de hoogten dreef. Onder het venster, plat-strekkend naar de korte verte, vochtte het grasvlak, schitter-trillend met de kleurenwisseling der dauwdruppels onder de warm-lichtende plekking van de zon, een week-ijlende neveling lossend naar de ruimte uit de nat-donkerende schaduwplekken, die de steile hooging der bergen aan de eene zijde van het smalle dal naar onder koelde. En hoog in den teer-blauwen hemel schitterde in kort-stralend