STILLE UREN. 73
deeling te maken van de uren die hij tot den verren avond voor zich zag, zoekend in zijn denken welke de beste wijze was, om uit de moewheid van zijn denken te komen. Maar meestal, in de wanhopige moeilijkheid om den geheelen dag te vullen, besloot hij zich te laten gaan zooals het toeval wilde en hij slenterde de straat op, zich dwingend om zijn denken te belangen naar wat hij rondom zich zag.
Maar langzaam, in het telkens nieuw-veranderend vreemden der nooit-geziene dingen, ruimde zijn denken tot een luchtend tevreden-zijn, waarin hij zijn alleen-loopen niet meer voelde en ongemerkt meeleefde in wat naast zijn gaan bewoog. En de ochtenduren snelden voorbij naar den middag, met even een kort-vervelend eenzaam zitten in een restaurant, waar hij vandaan haastte zoodra hij met zijn eten gedaan had, angstig voor de luidloos omhoog-sluipende melancholie, die hij diep in zijn binnenste weer hoorde opklagen. En ook de middagen hinderden hem niet, in de wisselende visioening van een museum dat hij bezocht of wanneer hij, door de benauwende straten-warmte neergemoeid, te rusten lag in de