72 STILLE UREN.
dat hij ze nooit zou weerzien; hij leerde de triestheid van het wachten ’s avonds aan een klein station, vreemd onder andere menschen, zonder vriendschap in het droeve neerstillen van den nacht over de eenzame velden, alleen met de oversombering van zijn gedachten, door het ver-weg-zijn van allen die hem lief waren; hij ondervond de bange verlatenheid van zich ziek te voelen onder de onverschilligheid van onbekenden, in een bleek-geleefde hotelkamer, onzegbaar alleen in het traag-onwillig verzorgen van haastende bedienden, die naar zijn kamer kwamen, wanneer niemand anders ze meer noodig had en hij tijden lang op ze gewacht had.
Wanneer hij ’s morgens wakker werd door de roezing der stadsgeluiden, die van de straat naar zijn liggen omhoog zweefde, bleef hij een tijdlang zonder moed om op te staan, lusteloos om den dag te beginnen, dien hij weer zou moeten doorluieren, met een vage berouwing al de lange uren weer te zullen doorleegen, zonder doel, alleen om den tijd om te krijgen die hem scheidde van een ongeweten, doelloos einde. Dan, onder het langzaam aankleeden, probeerde hij een ver-