STILLE UREN. 65
de zacht-teere lijning van haar lief gezicht, waarboven de losrullende haren een blondgouden schijnsel lichten, denkeloos volgend de klein-rondende sierlijking van haar bewegen. En een dankbaar-schreiende voeling voor haar kropte in hem omhoog, zijn oogen floersend van de stralende vochting door luidloos opbrekende tranen, onbewust in haar weerziende de ver-geleden zon-ning van geluk, die eens in zijn leven was geweest. Dan, opvragend haar oogen naar zijn zwijgend zitten, lachtte zij zacht haar tevreden mooiheid naar hem heen en zang-sprekend de woorden uit de klein-openende frischheid van haar lippen, plaagvroeg zij hem of hij gelukkig was en of hij zoo bij haar wilde blijven.
Opschrikkend uit de ver-wegge peinzing waarin hij was heengedroomd, antwoordde hij kort-spre-kend dat het zoo goed was, heel goed, angstig, wanneer hij meer zou zeggen, dat de werkelijkheid zou opruwen tegen zijn mooi-voelend leven van dat uur. En hij werkte weer een tijdlang voort, in de nieuw-lagende stilte van de kamer, maar weer dwaalden zijn denken uit naar haar meezijn, een zacht-vloeiende neveling van teer-stemmend geluk.
II.
5