64 STILLE UREN.
zachte stem, waaruit de toovering voor zijn oogen beeldde van lang-voorbije uren die hij had doorgeleefd, de weervisioening van ver-geleden tijden, waarin eenzelfde geluksstemming door zijn voelen had gezongen.
En andere Zondagen leefde hij door, uren van week-vloeiende stemming, die hem bijbleven langen tijd en die hij voelde dat in hem zouden voortbestaan zijn geheele verder leven. Over de sneeuw-gedekte stad hing de dicht-wittende lucht laag neer, een grauw-matte loomheid grijzend uit de beweegloos indonkerende wolken. Op de wijd-blankende witheid van het veld stond het licht kleurloos-welvend neer, heel ver aan den dampwazenden horizont lood-donkerend de angstige stuwing van luidloos-aandreigende sneeuw-massa’s, hooger en hooger rekkend tegen het ineendichtend zwaren van de hangende stilte. Rondom zijn zitten was alles roerloos, een wijde zwijging van suizende rust, waarin het week-doffend meezijn van haar even telkens vaag bewegen, een droom-soezend leven weefde.
Soms, plotseling opbuigend van zijn werk, bleef hij staren naar haar rustig zitten, wonderend