60 STILLE UREN.
den de uren weer gelijk-vloeiend heen over hun bijeenzijn, regelmatig voortgewiegd door het heen-en-weerend tikken van de klok, waartusschen de helder-snellende deeling van den metaalslag telkens stond, langzaam rijend de uitgeleefde uren naar den avond.
Soms, wanneer de vroege schemering begon te grijzen over de stad, gingen zij nog even de deur uit. Dan liepen zij de stille straten van de buitenbuurt door, in de rechte eentoonigheid der langshoogende huizen, waartusschen in de verte een blauwig-violette misting begon te weven, dun-rozend tegen de laat-klare lucht, waar het neergeweken zonlicht nog een even-navloeiend schijnsel warmde, luidloos verder inlossend tot een diep-helderende donkerheid. Dan, snel, kort-oppuntend in het weeke licht, plekten de groenwitte lantaarnpitten in snel-voort-lijnende karteling naar de verte, uiteenspreidend tot een rommelige wemeling van stil-starenden schijn, onmerkbaar vastend tot een wit-rosse gloeiing in de dichter-donzende fluweeling van den avond. De straten werden stiller, even nog doorgedonkerd door het vaag-bewegende gaan van onduidelijk-zwartende