STILLE UREN. 55
weer de wijd-medelijdende wanhoop om haar weg-zijn zou vlijmen door zijn geluk.
Wanneer daarna soms het verlangen opdrong naar het mee-leven van een vrouw in zijn een-ziam-doffend voortslappen door de dagen, duide-lijkte altijd plotseling de visioening van dien avond omhoog, de voeling van de oogenblikken toen hj gestaan had in het stil-omwevend licht van dtn maannacht dicht bij haar neerliggen, waarover de wijd-suizende stilte kalmde een zachte web-bng van eindelooze rust, onwetend dat hij er was, onwetend alles wat voortleed in zijn voelen, oibewust van wat hij leefde en wat hij deed in de altijd-voort jachtende wisseling van tijd.
Het najaar was gekomen. De dagen begonnen in te korten naar vroeg-koudende avonden, die laig-duister haastten over hun samenzijn. Zij kwam weer laat van haar atelier en zij bleef naar een korten tijd met hem, haastend om t’huis fe zijn en te rusten van den langen dag werk. £en paar keer, wanneer zij vroeg klaar was, ladden zij beproefd om te gaan zitten waar zij dien geheelen zomer waren geweest, maar zij waren weer heengehaast uit de trieste verlaten-