50 STILLE UREN.
Opluchtend in de buitenstilte van den weg, waarlangs de huizen stonden in telkens verder-wijden-den afstand, waren zij voortgegaan onder de breede stilte die over de velden droomde en waarin het verre ruchten van stadsgeluid uitzweefde in nauw-hoorbare vloeiing. Vastdrukkend had hij zijn arm geschoven onder de hare, dicht haar leunend tegen zijn borst, en moeilijk-benauwend van hoog-kroppende gelukssmart dat hij haar weer naast zich voelde, naar wie hij zoo groot verlangd had den heelen langgeduurden dag, bleef hij zwijgen, onmachtig te zeggen alles wat rondwoelde in zijn binnenste. Maar langzaam kalmend onder de wijd-rustende eenzaamheid van hun samengaan ver buiten de menschen, sprak hij de diepe beroerdheid uit die in hem had getreurd, het angstig vooruitzien naar uren als van den afgeloopen dag, uren zooals hij al zoo dikwijls had doorgelamd en die hij zag opstaan voor zijn voelen als een nooit te ontgane som-bering, die altijd over zijn bestaan zou blijven dreigen. Fluisterpratend naar haar teer-innigend luisteren, leegde hij de groote geluksvoeling uit van haar meezijn in zijn leven, de zachte troost