STILLE UREN. 41
snijdende glijden van hun luidloos bewegen.
Vast-schuivend in den hoogen rietkant waren zij blijven zitten, zachtpratend in de suizende stilte rondom, onwetend de uren die over hen blankten uit de helder-glazen lichtheid die koepelde over het watervlak, telkens even luisterend naar het plomp-plassend korten van geluid, dat plotseling een onzichtbaar-azende visch op het water kringde. Dan wijdde de cirkeling der kleine golven onhoorbaar ruimer en ruimer, heenbuigend in nauw-zienbaar bewegen naar de verre oevers en daarna lag de vlakte weer zonder leven, eindeloos glad onder de zuiver-geurende vochting die omhoog koelde. En de zon was dieper neergeschuind onder de donkerende blauwing van de lucht, ver naar het westen hooger-kleurend een vaag-vloeiend schijnsel van teer-roze weving, langzaam overgloeiend den hemel in een toovering van rood-gouden licht, dat wijder uitteerde in egale stilheid, een onwerkelijke diep-zachte warming tintend in de donker-koele geheiming van den plas. En de zon zakte over hun wonderend zwijgen, lange schaduwen vreemdend over de heldere neerligging van het wijde water, even