34 STILLE UREN.
zitten, luisterend naar het weeke neertinkelen der druppels op de donker-natte steenen, zij naast hem, laag op den grond, haar hoofd op zijn schoot, met een weeke vleiing van haar lichaam tegen hem aan. En langzaam droomde hij heen onder het egale streelen van zijn vingers, die hij zacht door haar vocht-blond haar streek, een zijden golving van onzichtbare zachtheid in de fulpen schemer van het vertrek. Dan voelde hij hoe haar lichaam zwaarder begon te steunen tegen zijn zitten, hij hoorde haar ademhalen rustiger egalen op-en-neer en terwijl ze zachtjes insliep onder het weeke heen-en-weeren van zijn handen, bleef hij beweegloos staren in den vagen schemer van de stille buitenstraat, voort-soezend de dwalende gedachten, die voor hem opschimden, lang-voorbije herinneringen van VToeger-gedroomd denken, visioenen van zijn jeugd, die luidloos gingen langs zijn zien, een droeve zweving van onzegbaar verlangen. Wanneer hij dan terugging naar huis, wakkerde hij plotseling weer naar de werkelijkheid, het altijd-weerkomend eenzame van zijn leven, zonder doel, en waarin alleen vèr-lichtend in den duisteren schemer van den nacht de