STILLE UREN. 31
voel van medelijden met haar alleen-leven, een vreemde mengeling van zijn eigen behoefte naar het meezijn van een vrouw en het verlangen naar iemand om voor te zorgen, een onduidelijke lust om goed te zijn voor haar zachte triestheid, die zij uitvertelde naar zijn droomen, terwijl zij lange uren ’s avonds wandelden wanneer zij van haar werk kwam, een vaag gevoel van dankbaarheid dat zij iets mooi’s, iets klein-liefs helderde in de sombere onverschilligheid van zijn bestaan.
En zijn leven ging weer geregeld in de veranderde gelijkheid van zijn nieuwe doen, een regelmatigheid die hem telkens liet verlangen naar den volgenden avond, het mooie einde van den langen dag. Dan stapte hij haar langzaam te ge-moet, voor zich starend of hij haar niet zag aan-vluggen met de dun-zwevende lichtheid van haar blond-losse haren om haar voorhoofd. Dikwijls wachtte hij op haar, stilstaande op dezelfde plek, onder de staring der menschen die hem voorbijgingen. Dan luisterde hij de korte zinnen die zij spraken terwijl zij langs hem stapten en volgde hij in zijn denken wat zij konden be-