20 STILLE UREN.
zacht-belovende stem over haar beter-worden, onder de week-droomende vleiing van haar vingers, die voorzichtig streelden langs zijn handen. Door de hoog-heldere vensters waarvan hij de gordijnen had uiteengeschoven, stond het zon-vriezend licht kleur-zuiverend in de kamer, waar zacht-innigend de stilte suisde, even telkens week-bewogen door het ver-gescheiden luiden van vaag gerucht. Buiten, hoog, in verre wijking, strakte de blauw-zuivere hemel, waartegen de fijne streeping der kale boomtakken scherp-warrend lijnde, kort telkens langs-gestipt door het snelle donkeren van een vogel, luidloos drijvend in het gouden zonlicht. En alles was beweegloos, een glas-stolpende koepeling van wijde helderheid, vèr-buigend naar den vaag rondenden gezichtseinder, waar het donker-innigend blauw van de lucht welvend neerstond, wazig-gescheiden tegen het lijn-groenend dun-buigen van het weiland.
Toen plotseling voorkortend in snelle pijlvlucht van hun grijs-blauwe veeren, vlogen een paar meeuwen neer in de leege lichtheid voor het venster, met schuin-buigende kopjes dicht-flad-derend naar het glas, starend uit de kraal-ron-