STILLE UREN. 5
uiteenwijkend met een snel wapperen van vleugels, op eens neerzeilend op de strak-gespreide strekking van hun wieken, scherend langs het dof-gladde watervlak dat ze even raakten en weer hoog-schokkend in de grauwe neveling van damp, dicht drommend naast elkaar, witplekkend in het grijze-witte rondom hun zwerven.
In zijn denkeloos, moe-rustend soezen, volgde hij het wisselen van hun vlucht, ze nazoekend waar ze zachtjes wegwischten in de dekking van ineengedichte ijlheid, wachtend tot zij weer zouden komen op de plotseling leeg-stillende ruimte, wanneer zij in de wijd-wijkende scheiding van hun vlucht waren heengedwaald. Hij beproefde moeilijk ze te houden in zijn zien, terwijl zij onder zacht-scherpend tjilpen snel dooreen hoekten, even drijf-rustend met de kleine, blauw-grijze donzing van hun lijfjes op het donker watervlak.
Langzaam opbeeldend uit de vage dwaling van zijn denken, zag hij vroegere winterdagen weer, herinnerend hetzelfde dooreenvliegen van meeuwen in het mat-mistige licht. Jaren waren er voorbijgehaast sinds dien tijd, lange jaren waarin een nooit-verwacht leed gedonkerd had