120 STILLE UREN.
lichtend uit de bloedende sombering der takken naar de egale welving van het koepelend blauw, waarin een laat-wijkende drooming van dun-roze ijlheid roodde, vaag-uiteenwissend tot een dun-teere tinting van vloeiende kleur. Luidloos, met een week-wisselende ineendunning van nauw-merkbaar veranderen, zogen de kleuren heen onder de verder-diepende strekking van den hemel, een nadroomend schijnsel van rood-zwijgende gloeiing vlammend in het Westen, waarin de zon neerdoofde, langzaam, onhoorbaar een week-lichtende schemering webbend over de aarde. En de nacht begon neer te staan, wijd-wevend een teer-suizende fluistering van vaag-ruchtend geluid, waarin geheim-wolkend onzichtbare broei-ingen van warmloomende geuren dreven, week heenlossend in het ömkoelend duister.
Dan, in de opstillende vrede die over hun zitten innigde, spraken de stemmen der meisjes in dieper-voelenden klank, onmerkbaar bindend een warm-lievend meezijn in zijn leven, langzaam rustigend in zijn denken de pijnende schrijning van leed tot een zachtschreienden weemoed en hij bleef beweegloos luisteren naar wat hun