STILLE UREN.
118
rechtend met de ineenzwartende kruinen onder de goudstippelende geheiming der stille sterren. En een wijd-troostende stilte welfde over de aarde, een kalm-loomende rust, even nauw-hoor-baar doorfluisterd door het suizen van een vaag ver-aandroomend gerucht, een eindelooze zwijging van leven, waarin een zacht-gelukkige weemoed weefde, neerlichtend uit de sprookjes-kleurende heldering van de lucht. En terwijl hij, diep-ademend de zacht-zuivere geuren van den nacht, stond te peinzen naar den voorbijen avond, verdriette een week-pijnende wroeging in hem omhoog over de uren waarin hij met haar zoo had gezeten, uren die hem zoo eindeloos ver leken, achtergedekt onder de donkere schaduwen van droefheid die over haar leven waren neergedrukt. En langzaam, zacht-glijdend naar omlaag, perstten de tranen langs zijn wangen en huilde hij in een week-schuddend snikken de wijde wanhoop van alles wat gebroken had in zijn bestaan.
Na dien eersten avond, leefde hij meer en meer mee in het samenzijn der anderen. Aan het einde van den helderlevenden dag stonden nu de avonduren als een rustig-belovende kalming