110 STILLE UREN.
van het bosch. De zon was ingegrijsd achter de dicht-lagende wolkendekking van de lucht, die beweegloos spreidde in laag-buigende welving naar den horizont, waar de ineenvastende egaalheid een diepe donkering grauwde, zwijgend opstuwend boven de vlakte in onmerkbaar bewegen. De wind was ingestild tot een week-blazende streeling van suizende koelte, vocht-blazend in onzichtbare spreiding een dun-nattende dreiging van regen, loshangend uit de stil-starende wolken. Wijd-schuivend in langzaam glooiende hooging, stilde de heide vlak uit, donker-violet ineengebruind door het kleurloos licht, met de helwitte wegen heen-buigend in eentoonig-leege ligging. In de week-weenende eenzaamheid die over het landschap dreef, weefde het onduidelijk-dunnend gerucht van verre stemmen even door de ruimte, verder en verder zachtend tot een loode zwijging, waarin het korte vogeltjilpen hoog in de lucht een snelle scherping floot. En daarna was alles beweegloos, een langzaam-wachtende drooming van levenlooze rust, waarin de windzuchten een klagend-weemoedige fluistering schoven, wijd-heenlossend in de ruimte. Terwijl