108 STILLE UREN.
ver heen was, of hij op eens nieuw leefde in een lang-vergeten vrijheid, alleen in de wijd-om-ruimende lichting van de vlakte, zonder ander geluid rondom, dan het losbollend waaien dat een duizelende leegte in zijn hoofd suisde. En hij stapte voort, moeilijk-drukkend zijn voeten in het mul-dikkend zand, met een gevoel van vreugde in zijn borst, dat hem lust gaf hoog op te juichen tegen de stuwende persing van lucht.
Toen hij in het bosch kwam, kilde de zon weg achter de voortzeilende wolken, een plotselinge somberheid droevend op de duister-zachte bruining van den grond. De wind was terug gebleven achter den opstand der stammen, kort stillend een leegheid onder de boomen, waarvan alleen de kruinen week heen en weer wiegden met even zacht-ruischend geschuif. Hij liep langzaam, dof-stappend over de dichtmos-sende paden, verder dwalend van huis, met het nieuwsgierig verlangen de oude plekken weer te zien, waar hij zoo langen tijd niet geweest was. Maar sluipend dwaalde de beelding van vroegere uren, toen hij met haar hier had geloopen, weer in zijn denken, de leeg-kleurlooze plekken vullend