STILLE UREN. 107
Langzaam stappend liep hij de hoogte op. Toen hij boven was gekomen, bleef hij rusten, moeilijk ademend in het ontwende gaan. Vóór hem, ver voortschuinend naar de groenplattende vlakte, donkerde de heide onder de dun-wazige overschemering van licht-tintend bloemen-paars, met kortvierkantende helderingen van golf-hoo-gend geel der korenvelden, scherp-glanzend in het licht. Ruim-wijkend in een wijde ronding, stond het donker-groenend bosch met de dungrijze schemering der stammen helder in het licht, telkens somberduisterend onder de jachtende veging der wolkschaduwen, waarin de kruinen bogen in deinend schudden. Telkens aanblazend van verre, scheerde de wind over de vlakte, moireerend in lange golving den roze-struikenden heigrond, heenlossend naar den horizont waar de wolken ineenbrokten, opgestuwd tegen den dun-blauwenden hemel tot een donker-klompende vastheid.
Terwijl hij beweegloos stond rond te kijken, luisterend de af- en aanscherpende schuivingen van den wind rond zijn hoofd, was het hem of zijn leven van de laatste weken plotseling heel