106 STILLE UREN.
die hem moeilijk liet opsleepen uit zijn bed, langzaam bewegend terwijl hij zich aankleedde. Maar ook deze moeheid vergat voorbij en hij begon zijn lichaam te voelen als lang te voren, een terugherinnering van zijn jeugd, in den meer en meer behoeftenden bewegingsdrang die in hem op-woelde.
Langen tijd schuwde hij er voor terug om uit te gaan, angstig beklemd wanneer hij zich voordacht hoe hij alleen zou loopen lang de wegen, onder de opnieuwende smart van de weerbeel" ding van vroeger jaren.
Op een middag durfde hij plotseling en hij ging achter den tuin uit, in zijn zachtvreugdend verlangen alleen te zijn diep-ademend toen hij het meezijn van menschen achter zich wist.
Het was een koelzonnende zomerdag met wijde waaiingen van luchtig-blazenden wind, de klein-brokkende wolken voortstuwend in snel, luid-loos drijven boven de aandonkerende schaduwing van de plots kleurloos-koelende heide, waar ver aan den horizont de scherp-heldere zonglans telkens lichtte, breed-kleurend de heuvelende vlakte in nieuw bewegen.