STILLE UREN. 103
merkte verandering van ouder worden, telkens wanneer zij van elkaar gingen belovend den volgenden zomer weer te komen. Dikwijls, wanneer zij met elkaar zaten, hadden zij over hun verder leven gesproken en hadden zich voorge-mooid jaar aan jaar samen te zijn tot het einde, lachend hun ouder-worden dat zij zagen schemeren in een vage verte. En nooit was het tot hun bewustzijn gekomen, dat eens de dag zou kunnen opstaan waarin een van hen er niet meer zou zijn.
Hij herinnerde zich hoe hij soms, in het eerste jaar van zijn getrouwd-zijn, zittend zooals hij daar nu zat, op dezelfde plaats, onder het spreken der anderen, naar haar keek en haar zag meeleven in de lachende mooiheid van haar jong-zijn en hoe hij moeite had moeten doen om voor zich waar te maken, dat een duister, geheimzinnig ziek-zijn in haar borst voortsleet, dat haar teere jeugd langzaam zou sloopen. In de latere zomers had hij het duidelijker gezien in de dunner-smallende bleekheid van haar lippen, in de scherper-vorende groeving van haar mat-wit gezicht; eiken zomer had hij het dichter naast zich voelen dreigen door haar moeilijker bewegen,