102 STILLE UREN.
de uren weer lijnloos voorbij boven de even opklankende beweging van het huishouden beneden. Alleen ’s avonds, na het eten, wanneer de nachtstilte in huis begon op te innigen, ging hij naar de huiskamer, leeg gerust uit de lange eenzaamheid waarin hij was geweest en bleef hij zitten in den warm-zachten kringschijn van het lamplicht, met een boek voor zich waarin hij probeerde te lezen. Maar het was of zijn denken telkens wegdwaalde van de woorden, die moeilijk naar hem opduisterden, wanneer hij zijn aandacht dwong ze te begrijpen. En eiken avond schoof hij het boek weg, moedeloos zijn hoofd achterover leunend in zijn stoel, zonder luisteren de klanken hoorend die de anderen rondom hem praatten. En eiken avond weer kleurden dezelfde beelden voor zijn denken uit de schemering van voorbijzijn, langzaam duisterend in zijn oogen de vocht-scherpende neveling van smart en zag hij de jaren weer die hij vroeger met haar in het huis van zijn vrienden was geweest.
Zoolang zij getrouwd waren, hadden zij een deel van den zomer daar doorgeleefd. De jaren waren over hen allen heengegaan in een onge-